Zegel Loge L’Union Royale

Loge L’Union Royale werd op 19 november 1734 als eerste Nederlandse werkplaats onder de naam “Loge du Grand-Maître des Provinces Unies et du ressort de la Généralité” opgericht. De eerste bijeenkomst had plaats in de herberg “Lion d’Or” te Den Haag onder voorzitterschap van Vincent la Chapelle.

 In 1735 werd in Den Haag een tweede loge opgericht, “Le Véritable Zèle”, en bijna gelijktijdig te Amsterdam, loge “De la Paix”.

Hotel “Lion d’Or” ten tijde van de 1e helft van 19e eeuw

Daar de loges in het geheim werkten, wekten zij de argwaan van de regering en een geringe aanleiding was voldoende om ze verdacht te maken. Op 30 november 1735 vaardigden de Staten van Holland en West-Friesland een plakkaat uit tegen het houden van samenkomsten van vrijmetselaren en de loge werd gesloten.

Het duurde tot 22 maart 1744, eer de Loge du Grand-Maître… haar arbeid weer hervatte. In 1749 werd haar naam veranderd in “L’Union”.

Op 22 november 1752 werd te Den Haag de loge “La Royale” opgericht, die een belangrijke rol zou spelen bij het tot stand komen van de “Groote Nationale Loge der Nederlanden”, tegenwoordig geheten de “Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden”, op 26 december 1756.

Op 31 januari 1757 werden de loges “L’Union” en “La Royale”, onder goedkeuring van het Grootoosten der Nederlanden, verenigd tot loge “L’Union Royale”, onder welke naam de huidige loge nog steeds haar arbeid verricht.

Het zegel van Loge L’™ Union Royale

Het originele zegel van L’Union Royale is uit de 19e eeuw. Het zegel, in 1806 vernieuwd, werd al in 1785 in dezelfde vorm gebruikt. De kleuren der Loge, karmozijn en goud, werden al in 1771 vermeld.

Op het zegel staat een door twee kolommen ‘€œJ’€ en ‘€œB’€ geschraagde Tempel, met daarbinnen twee personen, een man en een vrouw. De man draagt een kroon, de vrouw een diadeem. Zij reiken elkaar de rechterhand over een op de mozaïeken vloer van de Tempel opgericht altaar. Daarbij houdt de mannelijke figuur in de linkerhand een Passer en de vrouwelijke figuur een Schietlood in de linkerhand. Op het altaar brandt een offervlam en is het Alziend Oog afgebeeld. De uitgebeelde handeling wordt bestraald door een glansrijk Licht uit de Loge, waarin de Winkelhaak schittert. En onder deze afbeelding staat de spreuk: ‘€œFelix qui hic sapit’ €(“gelukkig hij dit weet). En op de rand staat: ‘Grand Sceau de L’Union Royale’ (grootzegel van L’€™ Union Royale).

Het tafereel dat op het zegel staat afgebeeld, is het bezoek van de Koningin van Sheba bij Koning Salomo, ofwel het bezoek van de mens bij de volmaaktheid. Beiden bevinden zich in de Tempel. De koning heeft voor zijn bezoekster het raadsel van de mens zowel in relatie tot zichzelf en zijn natuurgenoten als tot de Opperbouwmeester opgelost. Om het gesloten verbond te bezegelen, zoeken de Koning en de Koningin elkaars hand. Zij tonen daardoor aan, dat noch het toeval van geloof, noch van geboorte de ene mens van de andere hoort te scheiden.